|
Zo’n bijeenkomst waar je graag bij zou willen zijn, maar er is net een klus die dat verhindert. Of de nieuwe journalist nou vooral een specialist of een generalist moet zijn wil de NVJ weten. Een mooi thema voor een middagje stoeien, zeker als het om vaktijdschriften gaat. Dan maar een blog als bijdrage, lang leve internet!
Wie als journalist zijn brood wil verdienen moet zich rekenschap geven van het feit dat een generalist een groeiend leger van echte en onechte concurrenten op zijn pad vindt, terwijl voor een bestaan als specialist nauwelijks nog een behoorlijke businesscase is te bouwen. Voor wie het nog niet wist: in de journalistiek is de echte specialist nog maar zelden journalist. Vakbladen en sites trakteren ons wel op allerlei specialisten, maar dat zijn in het gunstigste geval bijklussende wetenschappers. Wat je steeds vaker ziet is dat het bedrijfsleven de voornaamste leverancier is van bijdragen van specialisten; de ultieme vorm van advertorials zou je kunnen zeggen. Een mooi excuus voor uitgevers van vakbladen om niet meer in specialisten op de redactie te investeren of om stukken te kopen van freelance specialisten. Zou de almaar oprukkende combinatie van hoofdredacteur/uitgever daar iets mee te maken hebben? Zou de hoofdredacteur die de afgelopen drie jaar één keer de tarieven voor zijn specialisten en freelancers heeft verhoogd even zijn vinger willen opsteken?
Goede journalistieke specialisten kun je niet verwijten dat ze inflexibel zijn of dat ze hun vak niet goed bijhouden. Dat kunnen ze zich helemaal niet veroorloven op straffe van het verlies aan werk en inkomen. Maar ze hebben wel het nadeel dat ze geld kosten, in tegenstelling tot gratis leveranties van ‘deskundigen’ uit het bedrijfsleven die namens het advocatenkantoor, het adviesbureau of de ICT multinational graag hun deskundige licht laten schijnen. Niet dat het dan per definitie om ondermaatse bijdragen gaat, maar de journalistieke weging ontbreekt volledig. Het specialisme in de journalistiek wordt steeds meer uitbesteed aan mensen die niet in de eerste plaats bezig zijn mensen belangeloos te informeren.
Is de nieuwe journalist dan een freelancende alleskunner en liggen daar de kansen? Wie goed kijkt ziet een krachtenveld waarin drie groepen opereren. De aankomende journalisten – al dan niet met opleiding – die graag een plaatsje willen veroveren. Je hebt de gesettelde freelancers die op basis van bewezen expertise actief zijn en – als laatste trend – een derde groep die, na een vast dienstverband met een min of meer gedwongen einde, als zzp’er het beroepsbestaan verlengt. De eerste groep heeft last van het feit dat er in Nederland domweg teveel journalistieke opleidingen zijn. Het aanbod op de arbeidsmarkt is veel groter dan de vraag. De tweede groep ervaart de negatieve inkomensdruk die door de eerste groep wordt veroorzaakt. Bovendien heeft groep twee ook last van de zzp’ers die – vaak op basis van gekregen afvloeiingsregelingen – de neiging heeft met minder genoegen te nemen dan groep twee. Daar concurreert expertise (groep 2) soms met ervaring (groep 3). En alle drie de groepen hebben – net als uitgevers en opdrachtgevers - last van de perceptie bij het publiek dat ‘content’ gratis is. In de media wordt tegenwoordig het grote geld verdiend met het ‘rondpompen’ van informatie die er al is, niet met het maken en uitgeven van informatie. Het antwoord op de vraag of de nieuwe journalist specialist of generalist moet zijn is dus betrekkelijk eenvoudig: hij gaat wat anders doen. |