|
Het gelijk van Jelle Visser
Op 13 juni 1996 publiceerde professor Jelle Visser, de inmiddels gepensioneerde aanvoerder van het Amsterdam Institute for Advanced labour Studies (AIAS), een opiniestuk in De Volkskrant. De aanleiding was de op handen zijnde fusie tussen de toenmalige Industriebond FNV en de Dienstenbond FNV tot wat later FNV Bondgenoten zou worden. Op dat moment was nog niet bekend dat uiteindelijk ook de toenmalige Vervoersbond en de Voedingsbond in Bondgenoten zouden opgaan. Visser voorzag drie ontwikkelingen bij het ontstaan van grote superbonden - FNV Bondgenoten, ABVAKABO FNV en FNV Bouw - binnen de FNV vakcentrale. De neiging van de drie om zichzelf als mini-vakcentrale te gaan gedragen, het in het gedrang komen van de functie van de vakcentrale als tehuis voor de overige kleine bedrijfstak - en beroepsbonden en de toegenomen kans op een richtingenstrijd met Bondgenoten en ABVAKABO als hoofdrolspelers. Voor het Federatiebestuur van de FNV restte volgens Visser als belangrijkste taak het op één lijn houden en brengen van de nieuwe megabonden en de voorbereiding en coördinatie van beleid. ”Bovendien kan men vast gaan nadenken over procedures waarmee conflicten over vertegenwoordiging kunnen worden voorkomen of beslecht”, voegde hij daar eufemistisch aan toe. De FNV ging als samenwerkingsverband van twee of drie minicentrales een onzekere toekomst tegemoet was Visser’s boodschap.
Tegen Vissers toenmalige analyse werd – ook door mij – destijds ingebracht dat het wel meeviel met de eventuele snode plannen om de slagkracht van de vakcentrale te ondergraven door zelf vakcentraletje te gaan spelen. Immers, niet de positie van de vakcentrale, maar het verbeteren van de organisatiekracht en de effectiviteit in bedrijven en kantoren was de voornaamste drijfveer achter de fusiebeweging van de diverse bonden, zo werd gesteld. Visser had overigens ook gewezen op de noodzaak tot schaalvergroting als voorwaarde voor een succesvolle opdeling in herkenbare eenheden, per regio, bedrijfs-, beroeps- of probleemgroep en op de paradox dat de meeste FNV bonden daar niet groot of klein genoeg voor zijn. Hij vreesde toen echter dat de nieuw ontstane super bonden uiteindelijk niet bereid zouden zijn om weer macht af te staan om tot een echt FNV-brede organisatie in handzame en slagvaardige beroepsgroepeenheden te komen.
De afgelopen vijftien jaar hebben het gelijk van Jelle Visser aangetoond. De superbonden zijn er niet in geslaagd om zelf de voorgenomen organisatorische slagvaardigheid tot stand te brengen. In nieuwe economische topsectoren als water, hightech, life sciences, ICT en de creatieve industrie hebben ze als factor voor de mensen die daar werken de boot gemist. Het perspectief van de oude tweedeling werkgever-werknemer is in het handelen nog dominant en beperkt het beleidsmatige zicht op nieuwe arbeidsmarktpatronen die veel meer lijken op gelegenheidscombinaties van individuen dan op traditionele werkgever-werknemer relaties. De vakcentrale is door de bonden drastisch beperkt in haar mogelijkheden om een middellange termijnvisie te ontwikkelen en uit te dragen. De crisis is dieper dan de aanleiding; het rumoer over het pensioenakkoord. Ironisch genoeg ligt er nu via bemiddelaars Noten en Wijffels een voorstel op tafel dat in 1996 al door Jelle Visser als mogelijk model werd geschetst. Het is nooit te laat om te luisteren.
|