|
Paradox
De markt voor websites van gemeenten kan heel goed zonder EZ.
Nederland heeft (nog) 441 gemeenten en als je aanneemt dat die hun website in vier jaar afschrijven dan is er dus een aardige markt voor de leveranciers van die elektronische uithangborden; laten we zeggen honderd potentiële klanten op jaarbasis. Nou gaat het er bij een website niet alleen om hoe gelikt die er uitziet, maar vooral om de mate waarin je snel, handig en mooi pagina’s kunt veranderen, toevoegen, opleuken, interactief kunt maken enz. Het systeem wat je nodig hebt om dat te kunnen doen heet het CMS en Nederland heeft erg veel leveranciers die gewikkeld zijn in een hevige concurrentiestrijd op de overheidsmarkt.
Als je kijkt hoe die gemeentemarkt voor CMS’en in elkaar zit dan ontdek je dat de gemeenten onderling erg weinig uitwisselen. Je zou bijna gaan denken dat gemeenten hun identiteit denken te ontlenen aan het hebben van een website met een CMS dat bij zo weinig mogelijk andere gemeenten wordt gebruikt. Zo gebruiken 28 van de top 100 gemeenten een CMS dat niet in nog meer dan tien andere gemeenten wordt gebruikt. Amsterdam, Tilburg, Groningen en Enschede hebben zelfs een CMS gekozen dat nergens anders in de Nederlandse gemeentemarkt wordt gebruikt. Als het gaat om het onderscheid tussen poprietary en open source systemen blijkt het marktaandeel van proprietary CMS met 67,8 % die van OSS 6,6 %, fors te overstijgen. Verder valt op dat 25,6 procent van de CMS’en bij gemeente websites het product zijn van ‘zelfbouw’ van de website leverancier. De verdeling bij de 100 grote gemeenten laat een verhouding van 73 % proprietary, 13 % OSS en 14 % ‘zelfbouw’ zien.
Is dit erg ? Nou nee, het laat zien dat er hier sprake is van een levendige en door geen enkele partij gedomineerde markt. Vanuit het perspectief van de burger zou je kunnen opmerken dat er wellicht wat meer samenwerking en uitwisseling geboden is. En na het lezen van het artikel van Marlise Hamaker over de “opbrengst” van de overstap van het Octrooicentrum naar een OSS CMS (“Wat ik niet kwijt ben aan licentiekosten, ben ik wel kwijt aan migratiekosten”, Tjeerd van der Laan, hoofd I&A van het Octrooicentrum) moest ik ineens denken aan een persbericht van het ministerie van Economische Zaken. Daarin wekt staatssecretaris Heemskerk de indruk dat de overstap van het Octrooicentrum nou juist een voorbeeld is van geld besparen en van het doorbreken van de dominantie van een of slechts enkele aanbieders. Dat eerste is dus nog maar de vraag en van dominantie van wie dan ook is in deze markt geen sprake. De paradox van dit alles is dat het persbericht verscheen naar aanleiding van het uitkomen van het CPB rapport “Competition, Innovation and Intellectual property rights in software markets”. Daarin legt het CPB juist uit dat de overheid zeer terughoudend moet zijn met het interveniëren in markten waar geen sprake is van leveranciersafhankelijkheid. Daar, zo was de boodschap, heeft het actieprogramma Nederland Open in Verbinding niet erg veel te zoeken. De gemeentelijke website beslissers zien ze dus straks al aankomen.
|